Compensatiegedrag, of frustratiegedrag?

Compensatiegedrag, of frustratiegedrag?

Wat een bijzondere titel al zeg ik het zelf. Het is een vraag die je voor jezelf mag beantwoorden aan het eind van deze blog. Ik weet het namelijk niet, of wil het misschien ook niet weten. Na het weekend, die door mijn vrijgezellenfeest wat anders verliep dan normaal, merk ik aan mezelf dat dingen mij niet zo lekker zitten. Het was geweldig, gezellig, zwaar en ben blij dat dit maar 1x in je leven gaat gebeuren. Dat is dus ook het probleem niet. Het probleem is dat ik mij, na zo’n dag vol eten, drinken en ongezonde dingen, bijna schuldig voel naar mijzelf toe. Een heel vreemd idee, omdat ik het echt geweldig vond om mee te maken. Ze hebben het mij echt onvergetelijk gemaakt, behalve dan die paar uur wat een ‘zwart gat’ is.

Het weekend moet er weer afgesport gaan worden. Er heerst twijfel. Ga ik wachten tot Manon thuis is, dan kan zij met mij mee fietsen, of ga ik alleen. Na wat gedrentel ga ik toch maar alleen. Eigenlijk wil ik niet, want ik weet precies hoe dit gaat. Maar ik wil ook niet thuis blijven zitten, want dan ga ik me echt onnozel voelen. Ken je dat gevoel? Of ben ik echt van een andere planeet? Ok, beantwoord deze vraag maar niet ;). Ik ben een beetje van slag en weet links en rechts niet wat ik wil. Schop onder mijn reet en lopen, rare luie draak! Deur uit, hoek om: hmm ik mis wat. Loop nog even door, en besef me ineens dat ik zonder brace aan het huppelen ben. Shit! Terug naar huis, brace om, en nog een keer beginnen. In het kader van compensatiegedrag, past dat prima in het plaatje. Gewoon een kilometer extra, want je denkt toch zeker niet dat ik nu minder ga hardlopen omdat ik een gedeelte van mijn ‘inloopafstand’ dubbel loop? Niks daarvan.

Ook het frustratiegedrag is hier goed aanwezig, want baal dat ik heb gesport zonder brace. Het was nog geen kilometer, maar toch. Het is nu goed gegaan, maar toch. De frustratie probeer ik eruit te lopen tijdens het inlopen. Het inlopen op zich voelt dan ook best prima. Mooi zo. Straks de ronde in.

Start.

En ik bouw het tempo iets op. Ik wil mezelf niet over de kop lopen zoals de vorige keer. Of eigenlijk, wil ik dat wel maar lijkt me dat niet zo handig. Er staan iets meer kilometers op het programma. De eerste kilometer is geweest en mijn horloge geeft een piepje met een kort verslag. Tijd per kilometer is prima, hartslag ook en ik denk dit best even vol te houden. Wel met moeite van oioioi wat voelen die benen zwaar. Ik heb nooit betonblokken aan mijn voeten gehad (gelukkig), maar ik ben er van overtuigt dat het zo zou gaan voelen! Wat een verschrikking. Gelukkig hoef ik nog maar 9 kilometer. Dom doorlopen, jezelf afvragend waarom. Ik kan natuurlijk ook linksaf slaan hier, dan ben ik met 10 minuten weer thuis. NEE! HUP! Rechtsaf en lopen draak! Nadien heb je een voldaan gevoel!

Publiek.

Halverwege bedenk ik me dat ik pas op de helft ben. Dat is op zich natuurlijk vrij logisch, maar echt positief voelde dit nog niet. 2 Minuten later loop ik met een grote grijns op mijn gezicht de volgende kilometer in. Waarom? Ik had publiek. Ik voelde me net een wielrenner van de Tour. In een bergetappe. Ploeterend gaan hun omhoog, ploeterend gooi ik mijn ene voet voor de andere. Een boel lawaai van supporters om ze omhoog te schreeuwen, een boel geloei om mij vooruit te loeien. Althans, dat denk ik. Misschien ‘lachten’ ze me ook wel uit. Mee rennend proberen de supporters de wielrenners te motiveren, mee rennend laten ze mij lachen. Koeien! Ge-wel-dig! Blijkbaar rent daar amper iemand, want een hele groep zwart-wit gevlekten (of wit-zwart gevlekten dat weet ik niet) rent al loeiend in hun weiland met mij mee. Een heel maf gezicht, maar wel leuk om deze steun uit onverwachte hoek mee te maken. Ja, ik ga er nog steeds van uit dat ze me steunen. Positief blijven he ;).

STOPlicht.

De ronde zit er bijna op. Tempo per kilometer vertraagt met 2 seconden. Zwaar heb ik het, maar ik zit nog steeds onder de 5 minuten per kilometer en weet hem dus relatief vlak te houden. Ik weet dat er zo een groot kruispunt komt en ik hoop dat ik door kan lopen. Een auto haalt mij in van achter. Dat is mooi, die triggert het verkeerslicht. Het bochtje kom ik om en zie aan de overkant fietsers staan. Tof! Die staan er al even, net als de auto. Dan kan ik vast doorlopen. Uhu. Nope! Anderhalve minuut sta ik bij het kruispunt. hartslag daalt als een malle, zweet breekt uit als een malle en ik moet zo in beweging komen. Daar gaat mijn tempo en ritme en daar gaat mijn gemiddelde van onder de 5 minuten per kilometer. Wat kan wachten lang duren zeg.

Eindsprint?

Eindelijk mogen we oversteken! Ik ga een eindsprint doen, want dat stilstaan moet ik goed maken. Het kan niet zo zijn dat ik het me gemakkelijk afmaak, dus gas op die lolly. Een goede 20 meter later zakt er weer een gigantische bak melkzuur in mijn spieren. Na 9 kilometer hetzelfde tempo te hebben gelopen met ‘beton’ aan de voeten, was versnellen na het stilstaan misschien niet het meest briljante idee. Zet door! Hou vol! Alleen nog het spoor over dan ben je klaar! Zo goed en kwaad als het kan, sleur ik mijzelf naar voren en klok hem af. Compleet buiten adem, complete verzuring, compleet doorweekt van die liters alcohol die nog uit mijn poriën stromen. Tijd om uit te lopen naar huis.

Totaal 11,5 kilometer, waarvan 9,6 kilometer de daadwerkelijke hardloopronde. De rest is in en uitlopen. Hoe zit het met de voldoening achteraf? Niet! Het voelt sneu om van de 11,5 kilometer, maar 1,9 kilometer lekker te hebben gelopen. Niet zozeer voor die afstand die lekker ging, maar wel omdat die 1,9 kilometer alleen maar in en uitlopen was haha. Wat een atleet en topsporter ben ik he ;).

20160628_163705.jpgscreenshot_2016-06-29-12-23-26.png20160628_163649.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gert.

Facebook

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Captchacode *